ringe

ringe

Het leven in de dorpen Großringe en Kleinringe werd tot in de 20e eeuw bepaald door het veen: de landbouwgrond was onttrokken aan het veen en werd bemest met een mengsel van heideplaggen en stalmest, de boeren stookten met zelfgestoken turf. Pas de kanaalaanleg in de 19e eeuw en het Emslandplan na de tweede wereldoorlog brachten de venen terug tot kleine gebieden.
Naast het veen speelde ook de nabijgelegen grens een grote rol: alle soorten grensgangers, van handelaren tot smokkelaars, reisden door Ringe. In 1923, ten tijde van de grote inflatie in Duitsland, konden boeren uit Ringe hun inkomen redden, doordat ze vee alleen nog voor Nederlands geld verkochten. Nu heeft Ringe, dat nog steeds uit meerdere plaatsen bestaat, 2004 inwoners en maakt het deel uit van de fusiegemeente Emlichheim.
Het ruim 145 hectare grote natuurgebied »Hochmoor Ringe« is een van de laatste nog behouden resten van het Zuidelijke Bourtanger Veen, het ooit grootste gesloten hoogveencomplex van West- en Midden-Europa dat zich over circa 80 kilometer van het Duitse Wietmarschen in het zuiden tot Hoogezand ten zuidoosten van Groningen uitstrekte. Een deel van dit gebied werd in 1983 uitgeroepen tot beschermd natuurgebied, in 1998 werd het uitgebreid tot de huidige omvang.
Venen zijn door planten begroeide afzettingen van turf, dus mineraalarme humusopstapelingen die tenminste tijdens het ontstaan doordrenkt waren met water en uit gebrek aan zuurstof niet verder konden vergaan. Door de vroegere turfafgravingen bestaat het hoogveen Ringe nu naast permanent natte, ook uit halfvochtige en droge gebieden met zeer uiteenlopende vegetatie. Er zijn open dwergstruikheides, dichte berkenbosjes, verspreide veenbossen en bentgrasvlaktes. In de jaren 2001/02 werd de ontwatering stopgezet en op sommige plaatsen water opgestuwd, zodat op de lange termijn weer typisch hoogveen ontstaat.